Als je kind slecht eet…

Als je kind slecht eet…

Het kan je als ouder behoorlijk wat kopzorgen bezorgen als je kind niet of nauwelijks wilt eten, of alleen maar gezónde voeding categorisch weigert. Niet helemaal ongegrond natuurlijk, want we weten allemaal dat een kinderlichaam in de groei is en alleen daarom al de juiste voeding nodig heeft. Wat dan precies juiste voeding, of gezonde voeding inhoudt, dat kan ik heel kort en bondig omschrijven: veel fruit, veel groente, voldoende eiwitten en gezonde koolhydraten en uiteraard geen suiker en snelle koolhydraten.

Eh…. allemaal leuk en aardig… maar hoe doe je dat dan??

Als moeder van 3 kinderen, die op het moment van dit schrijven 5, 13 en 14 jaar zijn, weet ik als geen ander hoe lastig dit kan zijn. Ook ík heb in het verleden de nodige strijd geleverd om – met name – de middelste te voorzien van goede voeding. De middelste was bij ons de meest lastige eter en drinker. Inmiddels eet en drinkt hij alles wat hij op zijn bord krijgt, maar als hij het niet kent dan werpt hij er nog altijd eerst een kritische blik op. Aard van het beestje denk ik dan maar ;-).

Het behoeft geen betoog dat een ieder voldoende nutriënten binnen moet krijgen om het lichaam te voorzien van voldoende vitaminen en mineralen. Onze organen hebben dit nodig om werk 24/7 te kunnen volbrengen. Natuurlijk is ons lichaam in staat om eventjes zonder een dagelijkse dosis nutriënten te overleven, zo zit ons mechanisme nu eenmaal in elkaar, maar uiteindelijk moet dit toch weer aangevuld worden. Lichamelijke klachten en symptomen, en vaak ook ziektes, kunnen een teken zijn dat er toch echt een tekort is ontstaan.

In dit daglicht kan je begrijpen dat kinderen éxtra nutriënten nodig hebben. Een kinderlichaam moet immers 24/7 nog veel meer werk verrichten. En juist bij de meeste kinderen ontgaat dit nut van goede voeding volledig. Hoe krijg je deze lastige eters toch aan het eten?

Tips om je kind te helpen aan gezonde voeding:

  1. Neem je kind mee naar de supermarkt en leg uit wat je koopt voor het avondeten
    Kinderen maken op een natuurlijke manier kennis met de voedingsproducten die er zijn. Als je hierbij de tijd neemt om aan je kind uit te leggen wát je (niet) koopt en waaróm je het (niet) koopt, dan zal je merken dat je kind ‘onbewust bewuster’ wordt van voeding. Het leert de verschillende soorten groenten en fruit kennen en het leert wat gezonde en ongezonde producten zijn.
  2. Neem de tijd om het eten te bereiden
    Laat je kind zien dat je aandacht en tijd besteed aan het bereiden van het eten. Ook al zal je kind niet spontaan roepen ‘lekker mama!’, je kind zal wél leren dat goede voeding belangrijk is en dat je hier zorg aan hoort te besteden.
  3. Eet altijd aan tafel
    In aansluiting op de vorige tip, is het ook belangrijk om voeding met zorg op te eten. Eten is geen bijzaak maar een hoofdzaak; neem hier dan ook de tijd voor en ga daarom met het hele gezin tegelijkertijd aan tafel zitten. Daarnaast is het voor de spijsvertering ook beter, omdat je door je rechte houding aan tafel de voeding de gelegenheid geeft via de slokdarm naar de maag te gaan.
  4. Laat je kind altijd alles proeven
    De smaak van een kind en volwassene is niet aangeboren, maar wordt ontwikkeld. Iedereen kan zichzelf leren eten door altijd te proeven aan diverse smaken. Dit betekent niet dat je het meteen lekker hoort te vinden. Je kind kan wel zo’n 10 tot 15 keer moeten proeven alvorens iets te lusten. Heb dus geduld en blijf proberen!
  5. Kies voor 2 soorten groenten per dag
    Een kind heeft zo’n 300 gram groenten per dag nodig om voldoende nutriënten binnen te krijgen. Maar als je 300 gram broccoli op het bord van je kind legt, dan zal je kind er letterlijk als een berg tegenop kunnen zien om het op te eten. Kies daarom voor 2 verschillende soorten van elk 150 gram groenten. Je kan dan ook nog variëren: één groentesoort die je kind goed lust en één groentesoort dat je kind nog moe leren te eten.
  6. Om en om: hapje lekker, hapje minder lekker
    Kies je voor tip nummer 5, dan kan je kind om-en-om hapjes nemen: een hapje van de lekkere groente en vervolgens een hapje van de minder lekkere groente.
  7. Verpak de groenten in een éénpansgerecht
    Veel kinderen zijn gek op éénpansgerechten, het eet immers lekker makkelijk weg. Eénpansgerechten zijn daarom ideaal om je kind verschillende soorten groenten te laten eten. Snijd de groenten zo klein mogelijk, dan kan het niet herkend worden in het gerecht. En je kind krijgt tóch voldoende nutriënten binnen.
  8. Zorg dat het eten niet te kruidig is
    De smaak van kinderen moet nog ontwikkeld worden; ze zijn daarom extra gevoelig voor nieuwe smaken. Maak het eten daarom niet te kruidig, want dan hoeven kinderen vaak al niet meer.
  9. Laat je kind één keer per week kiezen wat jullie als avondeten eten
    Je kind heef een eigen wil en een eigen voorkeur. Je kind voelt zich gehoord wanneer het één keer per week mag kiezen. Daarnaast zal het zich trots voelen wanneer je op die dag expliciet aan tafel verwoord dat het zijn/haar keuze is geweest. Geef aan dat je het door je kind gekozen eten lekker vindt. Zo leert je kind ook jóuw eetkeuzes waarderen.
  10. Geef je kind regelmatig rauwe groenten
    Vaak vinden kinderen rauwe groenten lekkerder dan gekookte, gestoomde of roergebakken groente. Veel groentesoorten lenen zich hier uitstekend voor. Zo kan je bijvoorbeeld rauwe paprika als tussendoortje meegeven naar school. Ook kan je tijdens het snijden van groenten je kind een stukje laten proeven. Het kind hoeft het echt niet meteen lekker te vinden, maar regelmatig laten proeven zorgt voor smaakontwikkeling (zie tip 4).
  11. Gebruik voor je kind een ontbijtbord in plaats van een (groot) dinerbord
    Een grote hoeveelheid eten op het bord van je kind, kan al bij voorbaat tegenzin opwekken. Het kind gaat als een berg opzien tegen de grote hoeveelheid die er op het bord ligt. Wanneer je een kleiner bordje gebruikt, dan is de hoeveelheid al snel minder én ziet het er niet als een enorme hoeveelheid uit door het kleinere formaat van het bordje.
  12. Eet niet te laat en bij voorkeur op een vast tijdstip
    Aan het einde van de middag hebben de meeste kinderen enorme trek. Ze hebben al veel energie die dag verbruikt en het is tijd om deze energie opnieuw aan te vullen (in de vorm van voeding). Zorg daarom voor een vast ritme in het voedingspatroon. Lukt dat niet? Geef je kind dan een stuk fruit of een beetje rauwe groente terwijl je het eten aan het bereiden bent. Dan krijgt het meteen goede nutriënten binnen.
  13. Gebruik eten en drinken niet als straf of beloning
    Vaak wordt het toetje als straf of beloning voor slecht of goed eetgedrag gebruikt. Het is goed om te weten dat je kind hiermee een ongezonde relatie tot voeding kan ontwikkelen. Gebruik liever geen straf wanneer het kind niet zo goed heeft gegeten, maar spreek met je kind af dat je graag de volgende keer wilt dat het iets meer eet dan vandaag. En gebruik als beloning bijvoorbeeld stickers, en ga bij een vol stickervel gezellig samen naar de bioscoop naar keuze van het kind.

Elk kind is anders, elke situatie is anders. Deze tips zijn algemeen en kunnen door de meeste ouders/verzorgers worden ingezet. Wil je graag persoonlijk advies in jouw specifieke situatie? Neem dan gerust eens contact met mij op!

Hoe leer je je kind ‘discipline’?

Hoe leer je je kind ‘discipline’?

Betekenis ‘discipline’ volgens het woordenboek is ‘gehoorzaamheid’ of ‘volgzaamheid’. Zelf vertaal ik het liever naar ‘balans in de opvoedrelatie tussen ouder en kind’. 

Discipline bijbrengen aan je kinderen is geen gemakkelijke taak. Zelfs de beste, meest uitgeruste, meest ontspannen en meest geduldige ouder heeft hier soms moeite mee. Het is immers vrijwel ondenkbaar dat je als ouder altijd in euforische pedagogische stemming leeft. De gemiddelde ouder kent momenten van vermoeidheid, stress en ongeduld. 

Een gouden regel bij het aanleren van discipline aan je kind is ‘consequent zijn’. Prent deze gouden regel in je hoofd, of hang dit op een tegeltje aan je muur. Het zal je helpen op momenten dat je het als ouder nodig hebt. Daarnaast is het voor elke ouder verstandig het goede voorbeeld te geven. Wees zelf ook consequent in je handelen! Kinderen zijn een prachtige 3D kopieermachine; zij doen wat ze zien. 

Een valkuil voor sommige ouders is dat ze discipline aan hun kind proberen bij te brengen door te straffen. Met andere woorden: als het kind niet doet wat de ouder zegt, dan krijgt het kind straf. Maar de vraag die de ouder in dit geval zou moeten stellen is: ‘weet het kind wel wat het wél mag doen?’ in plaats van te straffen voor datgene wat het níet mag doen. 

Daarnaast spelen emoties bij de ouder een grote rol. Heeft het kind eenmaal een grens overschreden, dan wordt de ouder boos. Wat er dan daadwerkelijk gebeurt, is een zichtbare ontlading van de emoties van de ouder. Het kind heeft dan niet meer de aandacht, integendeel, de ouder zélf trekt de aandacht naar zich toe. Het zou de opvoeding dan ook ten goede komen wanneer de ouder zijn eigen emoties in de hand zou kunnen houden. Lastig, dat realiseer ik mij als moeder van 3 kinderen maar al te goed. Daarom hierbij wat handvatten…

  1. Blijf kalm
    Als je als ouder je geduld verliest en boos wordt, is het niet hetgeen waaróm je boos wordt belangrijk voor je kind. Nee, de manier waarop je boos wordt, blijft je kind zich herinneren. De boodschap die je wilt uitzenden komt dus niet aan. Alleen daarom al heeft het geen zin als ouder je geduld te verliezen. Maar vergeet ook niet wat het van jezelf vergt: boosheid is een negatieve energie vreter. Als ouder wil je toch juist positieve energie in je kind steken?
     
  2. Denk aan hetgeen je zegt
    Op het moment dat je vindt dat je je kind ‘terecht mag wijzen’, kan je soms in je eigen verhaal blijven hangen. Frustraties uit je verleden of heden, vermoeidheid, stress, het zijn allemaal factoren die meespelen wanneer je jezelf niet meer in de hand hebt. Maar probeer jezelf er aan te helpen herinneren dat je kind er niets aan heeft als je dingen zegt zoals ‘wat ben je toch een kluns’ of ‘je kan ook helemaal niets’. Hiermee wijs je je kind volledig af met je woorden, ook al voel je dat zelf als ouder niet zo. Je kind kan zich hierdoor onveilig gaan voelen in jullie relatie, en dat is niet je bedoeling. Integendeel: je wil toch dat je kind zich bij jou 100% veilig voelt?
  3. Maak emotioneel contact
    Wanneer je kind stress ervaart, het geduld verliest, verdrietig of boos is en hierdoor gaat schreeuwen of huilen, begin dan met het maken van emotioneel contact met je kind. Pak je kind op of neem het op schoot, sla je armen om je kind heen en wieg het heen en weer. Woorden zijn zelfs overbodig. Hiermee geef je je kind het gevoel dat het zich mag voelen zoals het zich voelt, en op het zelfde moment kalmeer je je kind. Vervolgens kan je in alle rust samen zoeken naar een oplossing voor het probleem of praten over het verdriet. 
  4. Geen lichamelijke straffen!
    Bijna overbodig om te zeggen, maar lichamelijke straffen zijn echt uit den boze! Je kind leert hierdoor dat er lichamelijk gevaar op de loer ligt, en zal er alles aan doen om dat te gaan voorkomen. Je kind ervaart hierdoor stress waardoor je als ouder uiteindelijk meer problemen veroorzaakt dan oplost. 
  5. Leer je kind empathie hebben voor een ander
    Het komt regelmatig voor dat een kind ‘sorry’ moet zeggen tegen een ander kind nadat het onaardig is geweest of stout tegen een ander kind heeft gedaan. Hoewel het een prachtige methode is om je kind sociaal wenselijk gedrag te leren, wordt dit ‘middel’ vaak te vroeg ingezet. Want begrijpt je kind wel wáárom het ‘sorry’ moet zeggen? Effectiever zou het zijn om je kind apart te nemen en dit met hem/haar te bespreken. Stel de vraag hoe je kind zich zou voelen als een ander dat bij hem/haar zou hebben gedaan. Zo leert je kind empathie te krijgen voor het gevoel van een ander. Pas als dat aanwezig is, dan is het mogelijk ‘sorry’ te laten zeggen tegen een ander kind. 
  6. Wees een voorbeeld voor je kind…en laat je kind zichzelf zijn
    Als ouder wil je graag aardig gevonden worden door je kind. Daar is natuurlijk op zich niets mis mee. Maar er zijn ouders die hierin doorslaan door alles te geven wat een kind wilt, te veel aandacht geven, het kind altijd het middelpunt laten zijn. Of juist het tegenovergestelde: er zijn ook ouders die hun kind niet willen verwennen en daarom geen aandacht geven, geen tijd nemen voor hun kind. Het mag duidelijk zijn dat de gouden middenweg de beste weg is. Wees als ouder jezelf en laat je kind zien welke waarden en normen je naleeft. Toon hoe je als mens in de wereld staat en hoe je zelf graag wilt dat mensen jou behandelen. Wees aardig, geduldig, betrouwbaar, liefdevol. Zoals eerder aangegeven: je kind is als een 3D kopieermachine, en zal jouw waarden en normen zich eigen gaan maken. Maar wel hanteerbaar binnen zijn/haar eigen karakter. 

Bronnen:
Huffingtonpost.com door Lisa Firestone
Kidshealth.org door Jennifer Shroff Pendley, PHD

Praten met pubers… een aantal tips

Praten met pubers… een aantal tips

Pubers… een goed gesprek met ze voeren is niet altijd even makkelijk. Veel meer dan ‘ja’, ‘nee’, ‘duh’ en ‘boeit met niet!’ komt er vaak niet uit. Hoe zorg je nou dat je wel een normaal gesprek kunt voeren met je puber? Nou, met deze 17 tips…

‘Sinds hij naar de middelbare school gaat, moet ik ieder woord eruit trekken.’ ‘Mijn dochter zet direct haar stekels op, als ik iets vraag.’ Hoe vaak opvoedcoach Tea Adema dit soort verzuchtingen niet hoort. Toch klopt het volgens haar niet dat pubers niet met hun ouders willen praten. ‘Het is eerder zo dat ze haarfijn aanvoelen wanneer je niet eerlijk bent. Of iets anders zegt dan je bedoelt. Dan krijg je éénlettergrepige antwoorden.’

In haar Praktijk voor Kindercoaching, gevestigd in Friesland, gebruikt Adema communicatieregels die ontleend zijn aan de methode van geweldloze communicatie. Die methode, ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Marshall B. Rosenberg, maakt duidelijk dat de manier waarop we communiceren met onze kinderen vaak gewelddadiger is dan we ons beseffen. Bijvoorbeeld omdat we uitdrukkingen gebruiken die agressief of verwijtend zijn: ‘je doet wat ik zeg, en niet je zin proberen te krijgen. Als je echt contact maakt, komt zelfs de meest zwijgzame puber uit zijn schulp.’

1. Toon oprechte belangstelling
‘Mijn ouders luisteren nooit naar me’, zeggen pubers vaak. Soms bedoelen ze dat ze hun zin niet krijgen. Maar meestal hebben ze gelijk. De hoofden van ouders zitten vol met boodschappenlijstjes, waardoor ze niet onbevangen kunnen luisteren. Als je een goed gesprek wilt, moet je van tevoren zorgen dat je hoofd leeg is. Je moet de intentie hebben om echt te willen weten wat je kind wil zeggen, zonder oordelen en vooroordelen. Dat is niet eenvoudig. Ga ervan uit dat je puber het meest deskundig is over zichzelf. En niet jij als ouder. Houd je eigen mening voor je en geef hem de tijd zijn verhaal te doen, zonder dat je steeds inbreekt.

2. Stel neutrale vragen
Neutraal betekent niet koud of afstandelijk. De kunst is vragen te stellen die je kind stimuleren om verder te vertellen. Dat kan ook betekenen dat je suggesties doet: is het dit? Of is het dat? Maar pas op dat je niet gaat psychologiseren. Een puber hoeft van jou niet te horen wat hij voelt, denkt en mankeert. Voor je het weet draait hij de knop om en is de verbinding verbroken.

3. Maak van een gesprek geen verhoor
Bedelf je kind niet onder een spervuur aan vragen. Dat ervaren pubers als een verhoor. Beter is: bevestigend hummen en hoe-vragen stellen. Een vraag als ‘hoe was dat voor jou?’ klinkt voor veel ouders gekunsteld, maar levert vaak wel verrassende antwoorden op.

4. Zorg dat je puber zich veilig voelt
Soms krijg je dingen te horen die je niet zo leuk vindt. Natuurlijk is het onmogelijk om blanco te blijven bij alles wat je hoort. Zeker als het om gevoelige onderwerpen gaat. Stel je bescheiden op. Gesprekken over pijnlijke onderwerpen lopen vaak stroef omdat je puber zich afvraagt wat je van hem zult vinden als je het hele verhaal hebt gehoord. Hoe neutraler je reageert, hoe veiliger hij zich voelt. Kom niet direct met adviezen en oplossingen. Hoe goedbedoeld ook, de boodschap is: ik weet het beter en daar zijn pubers allergisch voor.

5. Vermijd dubbele boodschappen
In veel ogenschijnlijk vriendelijke vragen zit een eis verstopt. ‘Wil jij de tafel dekken?’ ‘Heb ik geen zin in, ik zit net lekker te computeren.’ ‘Nou zeg, ik ben druk met eten koken. Dat kun je best even doen.’ Dat was dus geen vraag, maar een eis. Als je je kind een vraag stelt en bereid bent om zijn nee te accepteren, is de kans groter dat hij ja zegt. Iets zelf bepalen vinden pubers veel leuker dan van alles moeten. Het moet natuurlijk geen trucje worden om je zin te krijgen, dat heeft je kind feilloos door.

6. Durf emotioneel te zijn
Veel ruzies gaan over zaken als te laat thuiskomen en geen huiswerk maken. Maar vaak zit er iets anders achter: je bent bang dat je kind iets overkomt of dat hij zijn toekomst verknalt. Vraag je op een rustig moment af wat je echt belangrijk vindt. Benoem dat heel concreet en maak duidelijk wat je gevoelens daarover zijn. Dat werkt veel beter dan: ‘je doet het omdat ik het zeg’. Pubers zijn eerder onder de indruk van gevoelens dan van rationele argumenten van hun ouders.

7. Maak gebruik van zijn oplossend vermogen
Wat ouders ‘afspraken’ noemen, zijn vaak opgelegde regels, verpakt in een democratisch jasje. Want vragen of je kind het ergens mee eens is, wil nog niet zeggen dat het een gezamenlijke afspraak is. Dan zeggen ze vaak ja om van het gezeur af te zijn en doen vervolgens waar ze zin in hebben. Als je een probleem aansnijdt en aangeeft wat jij belangrijk vindt, is de volgende stap dat je aandachtig luistert naar de gevoelens en argumenten van je kind. Spreek hem vervolgens aan op zijn vermogen om het probleem op te lossen. ‘Wat ga jij hieraan doen? En wat zou je willen dat wij doen?’ Dan voelt hij zich serieus genomen. De kans is groot dat hij met een voorstel komt en dat jullie er samen uitkomen. 

8. Spreek je puber aan op zijn gedrag
Een veel voorkomende fout is dat ouders in hun boosheid allerlei eigenschappen van hun puber bekritiseren. ‘Nou ben je weer te laat thuis. Jij bent onbetrouwbaar en denkt nooit aan een ander.’ Met zo’n aanval op zijn persoon kan je puber niets. Spreek hem liever aan op zijn gedrag. Zeg gerust dat je je boos en teleurgesteld voelt, omdat hij zich niet aan een afspraak houdt. En vraag vervolgens: ‘hoe ga je dat oplossen?’.

9. Stel grenzen
Straffen helpt vaak niet, zeker niet bij jongeren van 15, 16. Is je kind het niet eens met de regels? Dan moet hij die regels aan de orde stellen. Zo geef je hem verantwoordelijkheid. Dat wil niet zeggen dat hij altijd gelijk moet krijgen. Soms moet je als ouder gewoon een grens stellen. Ga dan niet eindeloos argumenteren. Zeg gewoon: ‘wij zijn je ouders en we vinden dit belangrijk. Punt.’ Houd rekening met tegenwerking en verzet. Maar bedenk ook dat de meeste pubers blij zijn als hun ouders grenzen stellen, al zullen ze dat natuurlijk nooit hardop zeggen.

10. Verplaats je in je puber
Pubers zijn net mensen. Ze hebben gevoelens en verlangens, voor- en afkeuren. En die zijn net zoveel waard als die van hun ouders. Vraag je regelmatig af: is dit goed voor mijn kind of voor mij? Ook bij kleine dingen. Wordt je kind er beter van als hij zijn vieze kleren iedere dag in de wasmand gooit? Of ben jij degene die niet tegen rommel kan? Soms moet je zeggen: ik vindt dit belangrijk, maar jij mag iets anders vinden. Misschien wil hij best aan je wens tegemoet komen, maar op een andere manier dan jij in gedachten had.

11. Geef vertrouwen
Ouders vinden vaak dat hun kind vertrouwen moet verdienen. Maar pubers willen liever eerst vertrouwen krijgen en dan bewijzen dat ze het waard zijn. Dat is een eeuwige bron van spanning. Pubers móeten kunnen experimenteren, leren zich zelfstandig te bewegen. Maar als ouder mag je best laten weten dat je dat lastig vindt. Benoem het gewoon: ik moet leren om ouder van een puber te zijn en je niet steeds maar te beschermen. Je puber waardeert het enorm als jij je kwetsbaar opstelt. Als hij dat vertrouwen beschaamt, door te liegen of bedriegen, moet je hem daar natuurlijk op aanspreken: ‘ga jij maar vertellen hoe je mijn vertrouwen weer gaat winnen’. Realiseer je wel dat pubers niet voor niets liegen. Vaak willen ouders liever gerustgesteld worden dan horen hoe het echt zit.

12. Verwacht niet dat je kind alles vertelt
Accepteer dat je kind niet alles met je wil bespreken, dat hoort erbij. Je bent z’n ouder, geen vriend of vriendin. Afstand is belangrijk voor een puber die zijn eigen identiteit moet opbouwen. Intimiteiten delen doe je met leeftijdgenoten. Dat geldt voor pubers én voor ouders.

13. Wees niet beledigd
Pubers vinden het heerlijk om hun mening te uiten en uitgebreid te discussiëren. Luisteren naar de mening van hun ouders is een ander verhaal. ‘Dat boeit niet.’ Maak je daar niet boos over, wees liever blij als je kind zegt dat wat jij vindt hem geen bal interesseert. Dat betekent dat hij openstaat voor andere meningen dan die waarmee hij is opgegroeid. Je zult merken dat hij later toch weer dicht bij jouw mening uitkomt.

14. Uit je waardering
Een puber overmatig prijzen, heeft geen enkel effect. Dat is ongeloofwaardig. Zeg liever heel concreet wat je ziet en wat je daar goed of bijzonder aan vindt. ‘Wat heb je dat goed gezegd.’ Of: ‘wat lief dat je met je vriendin mee naar huis reed. Dat zal haar gesteund hebben.’ Als je op die manier complimentjes geeft, gaat je puber stralen. Dan voelt hij zich echt gezien en gewaardeerd.

15. Praat terwijl je iets doet
Vooral jongens vinden het geweldig als ze hun mening mogen geven over technische aangelegenheden. Waardering daarvoor maakt ze direct een paar centimeter groter. Van samen iets doen – een klerenkast uitmesten, foto’s op een website zetten – geniet je kind ook. Dat schept een band en nodigt uit tot contact.

16. Wees betrouwbaar
Betrouwbaar zijn is iets anders dan consequent zijn. Consequent zijn betekent dat je de regels altijd naleeft. Hou op, dat lukt niemand. Geef jezelf lucht en doe ook je puber een lol. Als je moe bent of een keer geen zin hebt, moet je kunnen zegge: die afwas komt morgen wel weer. Betrouwbaarheid gaat dieper; daarmee laat je weten dat je kind te allen tijde bij je terecht kan. Ook als je zijn gedrag afkeurt.

17. Vergeet niet te lachten
Communiceren met pubers gebeurt vaak serieus, op het randje van stress en strijd. Ouders en pubers mogen elkaar best plagen met minder gezellige gewoontes en eigenschappen. Pubers kunnen dat heel goed hebben, vooral jongens. Humor en een beetje provoceren halen scherpe kantjes eraf.

Bron: jmouders.nl
Geschreven door: Ditty Eimers 

Waarom strijd in de opvoeding gezond is

Waarom strijd in de opvoeding gezond is

Laatst las ik op internet een mooie uitspraak van Diana Dentinger (USA) over opvoeden:

‘Most parents love their children
most parents live worry, guilt, fear, anxiety and frustration’

Met andere woorden: de meeste ouders houden van hun kinderen en willen niets liever dan die boodschap overbrengen. Wat ze echter voorleven is zorg, schuldgevoel, angst en frustratie. Vaak zijn we geprogrammeerd om het negatieve te zien. Het is belangrijk om dan de drive te vinden om weer op zoek te gaan naar rust en harmonie in het gezin. Strijd is dan niet verkeerd. Het kan ook een eye-opener zijn en een uitnodiging bieden voor groei en verandering. 

Diana Dentinger onderscheidt 3 soorten opvoedrelaties. De Amerikaanse termen vertaald naar het Nederlands, zou je ze als volgt kunnen benoemen: 

  1. Comfort zone
  2. Strijd / lijden
  3. Onverschilligheid

Nou lijkt een opvoedrelatie vanuit de comfort zone wellicht de meest harmonieuze en dat is ze ook. Maar of die ook de meeste groei brengt, dat is nog maar de vraag. Opvoeden vanuit de comfort zone geeft aan dat er weinig uitdaging is, maar dat betekent ook dat er weinig groei is. Je doet wat je altijd deed en daar verandert niets aan. 

Echter, daar waar strijd is, daar ligt de uitnodiging om aan de slag te gaan. Als je wilt erkennen dat dat is wat er is: strijd, dan heb je de eerste stap al gezet om verder te komen, om je te ontwikkelen en om te groeien en om jouw kind steeds beter te willen begrijpen. Strijd is dus niet verkeerd, al voelt het allesbehalve prettig. 

Strijd biedt je nieuwe kansen. Het helpt je om te focussen op datgene wat er nodig is. Het maakt je wakker, helder en alert. Je bent meer genegen om iets anders te proberen en als opvoeder buiten je eigen comfort zone te stappen. 

Bij de derde opvoedrelatie zou je je juist meer zorgen moeten maken. Tekenend voor deze opvoedrelatie is bijvoorbeeld dat je onderwerpen met je kind niet meer aansnijdt, uit angst om wederom in de strijd terecht te komen, om ruzie in huis te krijgen. Daarom maar liever geen communicatie. Maar het maakt ook dat ouder en kind niet meer bij elkaar betrokken zijn. Elkaar niet meer kunnen vinden en ook geen moeite doen om elkaar te hervinden. Dan zouden juist alle alarmbellen moeten afgaan.

We leven in een dualistische wereld waarin vrede en conflicten naast elkaar bestaan. Zo werkt het ook met opvoeden. Soms is er harmonie, soms is er strijd. Strijd hoef je niet te verdoezelen. Je hoeft je er niet schuldig over te voelen of te denken dat je faalt als ouder. Strijd geeft aan dat je betrokken bent en het geeft je de uitnodiging om op zoek te gaan naar nieuwe wegen.

Hoe kun je meer vrede, meer liefde in je opvoeding brengen?
hartje 
niet door te ontkennen dat er conflicten zijn, maar juist door te erkennen dat die conflicten bestaan en dat die niet de hele waarheid zijn. De waarheid is dat licht en donker naast elkaar bestaan. Dat ze elkaar aanvullen. De dalen zorgen ervoor dat de pieken zichtbaar worden.
hartje niet door te streven naar een omgeving met alleen maar harmonie en vrede.
Wél door als ouders goed om te gaan met conflicten en kinderen te leren omgaan met conflicten, met strijd en ruzie. Door je kinderen te leren dat een wereld zonder conflicten niet bestaat. Dat die dualiteit er nou eenmaal is. Door te erkennen en te laten zien dat jij als ouder ook licht en donker bent. Dat je, naast je kwaliteiten en talenten, ook zo je onzekerheden hebt. Daar waar jij in je onvermogen komt, in je onzekerheid, in je pijn. Wat gebeurt er als jij daarin geraakt wordt? Hoe reageer je dan? Durf je dan nog naar jezelf te kijken? En durf je daarin mens te zijn en het te laten zien aan je kinderen?

Als je dat durft, als je je kinderen jouw kwetsbaarheid kunt laten zien en hen laat zien hoe jij daarmee omgaat, dan leef je voor aan je kinderen hoe zij daarmee om kunnen gaan. Dan leren zij dat conflict en strijd groei en ontwikkeling op kunnen leveren en geef je hen het vertrouwen dat het nog steeds oké is, ook als er ruzie of strijd in huis is. Daar bouwt je kind zelfvertrouwen mee op en versterk je hun gevoel voor eigenwaarde. Ook als je niet perfect bent, als jullie ruzie maken, mag je nog steeds zijn wie jij bent.

Bron: Inspirerend opvoeden door Conchita van Dijk

 
 
 
Knuffel je kind gezond

Knuffel je kind gezond

Knuffelen, vasthouden, een aai over de bol of borstvoeding geven: het aanraken van je baby is niet alleen prettig voor je kind, het is zelfs heel belangrijk. Niet voor niets adviseert het WHO om met pasgeboren baby’s zoveel mogelijk huid-op-huidcontact te hebben. Maar wist je ook dat lichaamscontact met je kind de structuur van zijn of haar hersenen beïnvloedt?

Stresshormoon
Als je net geboren bent, is de wereld een grote onbekende plek. Reden genoeg om af en toe onzeker te zijn. In de hersenen van je kind gaat er dan een soort alarm af. Met als meest duidelijke signaal voor de ouders natuurlijk het huilen. Behalve dit huilen, gebeurt er nog veel meer in het lichaam van je baby; zo komt er bijvoorbeeld het stresshormoon cortisol vrij. Dit hormoon zorgt voor een hogere hartslag en snellere ademhaling.

Op zichzelf hoeven dit helemaal geen schadelijke processen te zijn. Een baby die op tijd getroost wordt zal niets overhouden aan die paar traantjes. Maar als een baby langere tijd blijft huilen stijgt het cortisolniveau. Het is moeilijk te zeggen wat in deze context een langere tijd genoemd mag worden, maar in het algemeen kan je stellen dat hoe langer een baby stress ervaart, hoe meer cortisol er vrij komt. Afhankelijk van de hoeveelheid kan dit hormoon nog uren later teruggevonden worden in de hersenen. Extreem veel cortisol kan de hersenen beschadigen.

Knuffelhormoon
Bij het troosten van je kind komen er ook hormonen vrij. Een van de meest opvallende daarvan is oxytocine. Oxytocine komt vrij bij lichaamscontact, zowel bij volwassenen als bij kinderen, bij mannen en vrouwen. Oxytocine heeft allerlei bijnamen, zoals het bevallingshormoon, het borstvoedingshormoon (oxytocine helpt bij de toeschietreflex maar zit ook in de moedermelk zelf), het knuffelhormoon, het mama-hormoon of het liefdeshormoon. Dat komt doordat dit hormoon bij al die processen een belangrijke rol speelt. Oxytocine helpt baby’s om rustiger te worden, hun temperatuur op peil te houden, de hartslag laag te houden, de suikerstofwisseling evenwichtig te houden en om zich veilig te voelen. En het helpt bij de hechting. 

Dat oxytocine ook bij volwassenen tegen stress en pijn helpt, is iets wat we eigenlijk allemaal wel weten. Want hoe fijn is het om een knuffel van je partner of goede vriend(in) te krijgen als je even niet zo lekker in je vel zit? En dat oxytocine helpt bij de hechting is eigenlijk ook heel logisch. Bij volwassenen werkt het immers niet anders. Aanraken, zoenen of seks: hoe leuker we iemand vinden, hoe meer behoefte we krijgen aan lichaamscontact. En hoe meer lichaamscontact we hebben met iemand, hoe fijner we het vervolgens dan weer hebben met die persoon.

Zo kun je ook via lichaamscontact een band met je kind opbouwen. Martine vertelt:
“Ondanks dat Eva een heel lief meisje was (en is) hebben we het de eerste tijd best moeilijk gehad. Ik zat er doorheen. Toen ze ongeveer 11 weken oud was ontdekte ik dat ik iets miste. Ik werd daar onzeker van, ging me schuldig voelen. En toen heb ik een stap gezet om de schade te herstellen, de relatie te verbeteren. Ik ben iedere middag, als Lucas in bed lag, samen met haar een middagdutje gaan doen. Samen onder de deken, buik tegen buik, borst in haar mond en al knuffelend en drinkend samen in slaap vallen. En de band groeide. We werden sterker, we begrepen elkaar beter.”

Hersenontwikkeling
Lichaamscontact heeft dus een positief effect op je kleintje. En de gevolgen daarvan zijn misschien wel veel langer merkbaar dan je zelf zou denken. Kinderen die al van jongs af aan veel oxytocine – en dus weinig cortisol – aanmaken, blijken op latere leeftijd ook meer oxytocine aan te maken als gevolg van aanrakingen. Ook kunnen ze beter met stress omgaan. Baby’s bij wie het cortiscolniveau echter vaak te hoog is, hebben ook later vaker last van stress, als gevolg van een overactief stresssysteem. Deze kinderen zijn minder goed in staat om zichzelf te troosten of troost te halen uit lichaamscontact. Dit heeft nadelige gevolgen voor hun immuunsysteem en verstandelijke vermogens. Bij volwassenen kan dit tevens leiden tot slaapstoornissen, depressies, angststoornissen en andere stressgerelateerde ziektes. Onderzoek bij weeskinderen die als baby veel persoonlijke aandacht tekort waren gekomen, wijst uit dat deze kinderen ook als kleuter minder oxytocine aanmaakten bij lichaamscontact dan kinderen die wel vanaf hun geboorte veel aandacht hadden gekregen. Ander onderzoek toont aan dat kinderen die in de eerste jaren effectief getroost worden, op latere leeftijd minder cortisol aanmaken bij milde stress, zelfs als ze huilen. En er wordt zelfs onderzocht in hoeverre het toedienen van oxytocine bij kinderen met autistische stoornissen helpt bij het maken van contact en het tonen van sociaal gedrag.

Lichaamscontact bevordert dus de hersenontwikkeling. En dit is extra belangrijk in de eerste levensjaren van je kind, want negentig procent van de hersengroei vindt plaats in de eerste 5 jaar en tachtig procent zelfs al in het eerste jaar!

Het is moeilijk om te zeggen hoeveel lichaamscontact een kind nodig heeft. Daar is nog veel onderzoek voor nodig en bovendien is het lastig om een onderscheid te maken tussen de kwaliteit en kwantiteit. Wel is duidelijk dat adviezen die erop gericht zijn om baby’s al op zeer jonge leeftijd te laten huilen met als doel dat de baby zo zal leren om zichzelf te troosten dus niet lijken te kloppen. Dit kan zelfs averechts werken. Als het gaat om de hersenontwikkeling van je kind is er in ieder geval niet zoiets als teveel troosten of teveel lichaamscontact. Weer een extra reden om je kind een knuffel te geven! Als die extra reden al nodig had.

Bronnen:
Kind.nl van José Contesa
Hongeren naar huidcontact van Rachel Verweij en Hedwig van Bakel
Knuffelhormonen van Mieke Zijlmans
Kan weeënopwekker oxytocine psychische stoornissen genezen? van New Scientist Vertaling
Oxytocine op Wikipedia

 
De magie van kinderen van 9 jaar

De magie van kinderen van 9 jaar

Iedere juf of meester kent het verschijnsel. Het lesgeven aan groep 5 verschilt dag en nacht van lesgeven aan groep 6. Het ‘kinderachtige’ is er volledig af na verloop van tijd. Dat kinderen juist rond deze leeftijd toch vaak tegen hun grenzen aanlopen, is dan ook niet toevallig want het is wel een belangrijk keerpunt-leeftijd in hun leven. Lichamelijk gezien wordt een kind rijper en voller en je ziet dat sterk in het uiterlijk terugkomen. Het gebruik van het lichaam wordt veelal ook belangrijker, mede doordat de hersenontwikkeling flink toegenomen is. Het denken wordt steeds logischer en kinderen leren steeds meer rekening houden met elkaar. 

De belangrijkste verandering
Opmerkelijk genoeg komt de buitenwereld en alles wat daar gebeurt steeds meer en soms heftiger ‘binnen’ bij kinderen van 9 jaar. Doordat het denken zich steeds meer ontwikkelt, gaat het kind ook steeds meer vragen stellen. De vragen gaan over het eigen IK, zoals ‘wie ben ik?’ maar ook vragen rondom gewoontes en de plek in het gezin en het geheel. Bovendien is er steeds meer sprake van een tijdsgevoel met betrekking tot het verleden, heden en toekomst en de plek van het kind daarin. Langzamerhand nadert het kind een bewustzijn zoals volwassenen dat kennen.

De consequentie
Met name doordat het kind schijnbaar plotseling zichzelf en de wereld zoveel meer bewust beleeft, kan het kind zichzelf heel eenzaam en angstig gaan voelen. Dit kan zich uiten in niet alleen meer naar bed durven gaan en in lichamelijke klachten. Doordat kinderen ook steeds gevoeliger worden voor hun eigen positie in de groep op alle leergebieden, leren ze zichzelf steeds beter kennen. Ze onderkennen waar ze staan en gaan zichzelf op alle gebieden vergelijken met anderen. Als het goed is, geeft dit een stevig gevoel van eigenwaarde. Dit kan tevens tot gevolg hebben dat de 9-jarige zich afzet tegen de buitenwereld en kritiek geeft op anderen en eveneens zich kritisch gaat gedragen ten opzichte van volwassenen. Omdat alles zo verandert, worden vooral de onderlinge vriendschappen op een totaal nieuwe manier aangegaan. Het gemakkelijke van eerder valt weg en persoonlijke eigenschappen en bewegingen van geven en nemen worden belangrijke voorwaarden voor vriendschap. De groepsdruk verandert aanzienlijk en op deze leeftijd is er voor het eerst ook echt sprake van pesten door buitensluiten van een groep.

Problemen van 9-jarigen
Aangezien er in betrekkelijk korte tijd veel veranderingen plaatsvinden, kunnen specifieke problemen de kop opsteken. Je zou zelfs kunnen zeggen dat deze problemen juist in deze levensfase naar voren komen. Allereerst komen mogelijke leerproblemen juist nu aan het licht. Wanneer een kind in eerdere schooljaren onvoldoende basis heeft kunnen leggen, loopt het in groep 6 vast. Door de groepsdruk kunnen kinderen bovendien deuken oplopen in hun gevoel van eigenwaarde, bijvoorbeeld door een slechtere motoriek en minder goed kunnen meekomen op fysiek gebied. Doordat de buitenwereld meer binnenkomt, kunnen kinderen angstig worden van wereld gebeurtenissen, zich verontwaardigd voelen door onrecht en zich daardoor afzetten tegen regels en volwassenen. Dit kan leiden tot verstoringen in de ouder-kind verhouding, maar ook tussen leeftijdgenoten. Bovendien kan het kind wat de indrukken van buiten niet zo goed kan verwerken, zich angstig gaan voelen. Voelt een kind zich afwijkend van anderen, dan kan eenzaamheid en geen vriendjes maken als een ernstig probleem worden ervaren. Als een kind bovendien door omstandigheden van verlies, verhuizing of echtscheiding in een andere omgeving moet aarden, kan het extra zwaar worden. Enerzijds lijkt het al een heel zelfstandig kind en anderzijds is het kind vaak maximaal kwetsbaar.

Wat hebben 9-jarigen nodig?
Allereerst hebben 9-jarigen begrip nodig van hun ouders en andere volwassenen. Opmerkelijk genoeg verloopt deze ontwikkelingsfase vaak heel onopgemerkt. Leerkrachten die ik erover heb gevraagd, herkenden deze fase vaak met verbazende instemming. Er zijn overigens leerkrachten die bewust kiezen voor groep 6 boven groep 5 omdat de kinderen zo veranderen en al zelfstandiger worden. De 9-jarigen zijn erg ontvankelijk voor bemoediging en stimulering, ze zijn ook in de kindercoach praktijk heerlijk om mee te werken. Het is prachtig om met aandacht, interesse en belangstelling het kind uit te nodigen om zijn grenzen te verkennen en hen te laten oefenen met nieuw gedrag. Ook de manier van denken is genieten door de pure antwoorden zowel in angst als in verontwaardiging. Voor ouders kan het helpen hen bewust te maken van hun aanpak. Met name gevoelige kinderen kunnen faalangst en schuldgevoelens ontwikkelen door confrontaties met straf en heftige emoties. Een ‘zachte’ doch duidelijke aanpak is vaak de aangewezen weg. Ouders zijn trouwens verbaasd als ze horen wat hun kind bezighoudt en verzuchten vaak: ‘dat wist ik niet’ of ‘jee, nooit geweten dat je er zo over denkt’. In feite heb je als kindercoach dan nog weinig toe te voegen en kun je er op vertrouwen dat het proces zich verder wel in positieve zin voltrekt. 

hartje Dit artikel is geschreven door kindercoach Tea Adema van Centrum Tea Adema in Burgum. Voor het originele artikel klik hier
hartje Dit artikel is mede ontstaan door het onderzoek wat Fokelien Vlietstra uitvoerde in opdracht van de Praktijk voor Kindercoaching in verband met haar studie Pedagogiek. 

Als goede nachtrust zeldzaam wordt

Als goede nachtrust zeldzaam wordt

Je bent stapelgek op je kind, maar die gebroken nachten kunnen je behoorlijk opbreken. Elke avond stap je vol goede moed je bed in, en hoop je dat je pas de volgende dag gewekt wordt door de wekker. Helaas… het mag niet altijd zo zijn. Je kleintje heeft een nachtmerrie, wordt ziek of is gewoon klaarwakker geworden midden in de nacht. En als je meerdere kinderen hebt, dan lijkt het soms alsof ze onderling met elkaar afspreken wie wanneer wakker wordt. Zodat ze jou helemaal voor zichzelf kunnen hebben.

Van slaapgebrek kan je behoorlijk doordraaien. Of ziek worden. Slaapgebrek is vreselijk. Hoe erg, dat kun je je pas voorstellen als je het aan den lijve ondervindt. Slaap hebben we nodig, net als lucht en water. Slaapgebrek zie je terug in je geestelijk en lichamelijk functioneren. Bij te weinig slaap kan je depressieve klachten krijgen, wordt je vergeetachtig, kan je aankomen omdat je stofwisseling in de war raakt. Daarnaast kan je eerder ziek worden omdat je immuunsysteem op de proef wordt gesteld. Met andere woorden: slaapgebrek doet een mens geen goed.

Enerzijds wordt er door je kind dus een stevig beroep gedaan op jou als ouder. Je bent immers 24/7 beschikbaar. Dat vergt wel enige vitaliteit van jou! Anderzijds neemt je energie juist drastisch af door het slaapgebrek wat inmiddels ernstige vormen aan kan nemen. Dit is het moment dat je volledig uit balans kan raken. En dus is dit het moment voor een aantal belangrijke tips.

Ga op tijd naar bed
Het nachtelijk terrorisme van je kind begint vaak later op de avond of zelfs na middernacht. De avonduren zijn daarom een walhalla voor je; je kan in alle rust televisie kijken, een boek lezen, de was vouwen of strijken, een vriendin bellen… Al gauw ga je laat naar bed omdat je immers voor de volle 100% van je avond wil genieten. Toch is dat niet verstandig! Probeer op tijd naar je bed te gaan om een normaal dag-en-nacht ritme te beschermen. Je lichaam heeft dit ritme nodig om haar werk te blijven doen!

Vermijd cafeïne en theïne voor het slapen gaan
Cafeïne en theïne zijn activerende stoffen die de slaap kunnen verslechteren. Overdag is dat natuurlijk geen probleem, dan hoeven we immers niet te gaan slapen. Maar ’s avonds is het verstandig deze stoffen te vermijden. Zo krijgt je lichaam de kans daadwerkelijk in slaapmodus over te gaan.

Zorg voor voldoende beweging
Veel ouders zeggen voldoende te bewegen door alle huishoudelijke klusjes die op hun list-to-do staat sinds hun kleintje in hun leven is gekomen. Maar het is nu juist zo belangrijk om even te bewegen voor jezelf en niet voor een ander! Alleen de gedachte al dat het voor jezelf is, is al goud waard en kan wonderen doen. Daarnaast zorgt het bewegen er ook voor dat je lichaam ’s nachts wil herstellen, waardoor je beter kan slapen.

Minder met alcohol
Een glaasje wijn is natuurlijk lekker en kan heerlijk ontspannend zijn. Maar vergeet niet dat door chronisch slaapgebrek je hormoonhuishouding dusdanig in de war is geraakt, dat je deze weer met zachte hand in balans moet gaan helpen. Alcohol is hierbij geen goede hulp, integendeel. Nu zeg ik niet dat je moet stoppen met het nuttigen van alcohol. Af en toe een glaasje wijn kan op zich geen kwaad.

Last not but not least…structuur!
Vanaf deze plek kan ik niet beoordelen waarom jouw kind ’s nachts wakker is. Onafhankelijk van de reden waarom je kind jouw nachtrust verstoort, is het altijd gebaat bij structuur op de dag omdat dit een ritme op gang brengt. En ritme zorgt weer voor een dag-en-nacht ritme bij je kind, wat op den duur weer zorgt voor nachtrust.

Bronnen:
Wat slaapgebrek met je doet (www.slaapbabyslaap.nl)
De hormoonfactor (Ralph Moorman) 

 
Goed ademhalen als ontspanning voor kinderen

Goed ademhalen als ontspanning voor kinderen

Wanneer een van mijn kinderen over zijn of haar toeren raakt, dan roep ik al snel: ‘haal eens diep adem’. En gelukkig werkt het ook, de rust keert terug. Maar hoe kan dat dan? Wat is ademhalen eigenlijk precies en wat kan je er verkeerd aan doen? En wat voor effect heeft een goede ademhaling op kinderen?

Wat is een verkeerde ademhaling?
Een verkeerde ademhaling kan voorkomen op twee verschillende manieren: te snel ademhalen of te langzaam ademhalen. Een te snelle ademhaling komt vaak voor bij kinderen die moeite hebben met hun concentratie en kinderen die onrustig overkomen. Een te langzame ademhaling daarentegen zie je veelal bij kinderen die eerder geneigd zijn rustig in een hoekje te gaan zitten en zich bijna onzichtbaar proberen te maken. Daarnaast ademen veel kinderen door de mond in plaats van door de neus, wat mogelijk een oorzaak kan zijn voor vele KNO-problemen. 

Problemen bij een verkeerde ademhaling
Vermoeidheid, concentratieproblemen en hoofdpijn zijn klachten die veel voorkomen bij kinderen met een te hoge ademsnelheid. Bij kinderen met bijvoorbeeld ADHD zie je vrijwel ook altijd een te hoge ademsnelheid. En volgens Marc & Mathilde Scheffer van Buteyko-ademtherapie kunnen klachten als chronische verkoudheid, chronische bronchitis, astma, hooikoorts, holte ontstekingen, oorontsteking, allergie, eczeem, weinig eetlust, constipatie, diarree, slecht kunnen concentreren, hyperactiviteit, lusteloosheid, faalangst en slaapstoornissen verminderen of zelfs helemaal verdwijnen. Genoeg reden dus om de ademhaling van je kind te meten dus!

Ademhalingsoefeningen voor kinderen
Pas vanaf een jaar of zes is het zinvol om aandacht te besteden aan de ademhaling van je kind. Wanneer een kind jonger dan zes jaar is, dan is het namelijk juist heel normaal dat je kind een hogere ademsnelheid heeft. Als je kind geen aanwijsbare klachten heeft, kun je makkelijk het aantal ademhalingen tellen als het kind slaapt. Tel zestig seconden het aantal inademingen en je weet wat de ademsnelheid per minuut is. Heeft een kind van zes jaar of ouder een ademsnelheid van meer dan twaalf, dan is dit hoger dan nodig. Het is dan raadzaam ademhalingsoefeningen te doen.

Oefening 1: ademhalingsmantra

“Adem in, ik ben rustig…. adem uit, ik lach”

Oefening 2: ademhalings apps
Er zijn diverse apps verkrijgbaar waarbij je ademhalingsoefeningen kan doen met behulp van een groter en kleiner wordende cirkel. Download een geschikte app en laat je kind mee-ademen op het ritme van de cirkel. Het kan in een opbouwende fase, dus als je kind te langzaam of te snel ademt, dan kan je kind de juiste ademhaling langzaam opbouwen.  

In het boek ‘de club van 5 doet aan yoga’ van Suzanne Raaijmakers staan een paar hele goede oefeningen om samen met je kind te doen. 

Bronnen:
www.buteyko-ademtherapie van Marc & Mathilde Scheffer
St. Antoniusziekenhuis, KNO-afdeling
www.leftbrainbuddha.com van Sarah Rudell Beach
Verademing van Bram Bakker & Koen de Jong
De Club van 5 doet aan yoga van Suzanne Raaijmakers

Behulpzaam corrigeren

Behulpzaam corrigeren

Je kind heeft zijn kamer opgeruimd. Het ziet er geweldig opgeruimd uit, er liggen alleen nog wat legoblokjes en een opgerolde sok. Als ouder ben je dan vaak geneigd te focussen op wat er nog niet is gebeurd, in plaats van op wat er al wel is gebeurd:

“Geweldig! Maar ik zie nog wel wat legoblokken en daar ligt ook nog een sok.”

Grote kans dat je kind denkt ‘wat een zeur’ en vervolgens niets doet. 

In dezelfde lijn: 

“Je bent het brood en beleg vergeten op tafel te zetten”
“Nou ben je nog niet aangekleed”

Ook wij zijn geneigd om na dit soort opmerkingen niets meer te doen. Stel je hebt een feestje gehad en je hebt de hele keuken opgeruimd; je partner komt binnen en zegt: ‘Geweldig! Maar ik zie nog wel een paar theezakjes in de gootsteen en lege flessen daar in de hoek.’ Kleine kans dat je die acuut gaat opruimen, je gaat eerder linea recta naar de bank alwaar je neerploft. Dit geldt ook voor je kind, hoogstwaarschijnlijk gebeurt er niets met die legoblokjes en die sok.

In plaats van kritiek geven, kun je ook behulpzaam corrigeren. Gebruik hierbij het woordje met: beschrijf wat is gedaan en nog moet worden gedaan.

In plaats van: “Ik zie daar nog wat legoblokjes liggen en getver, daar ligt ook nog een vieze sok!”
zeg je: “de blokken zitten in de doos, het lego zit in de legobak, je hebt zelfs alle treinrails in de juiste mand gedaan! Met de legoblokjes in de legobak en de sok in de wasmand is deze kamer helemaal opgeruimd!”

In plaats van: “Je bent het brood en beleg vergeten op tafel te zetten.”
zeg je: “alle borden, het bestek en de bekers staan op tafel. Met het beleg en het brood erbij is de tafel gedekt en kunnen we gaan lunchen.”

In plaats van: “Nou ben je nog niet aangekleed”
zeg je: “je hebt al twee sokken aan! Met je broek en je trui aan ben je klaar om naar school te gaan!”

Bron:
How to talk to kids 

Tegenslag, ziekte… praat met je kind!

Tegenslag, ziekte… praat met je kind!

Is iemand overleden of is oma ernstig ziek; praat erover met je kind. Hoe begrijpelijk ook, liegen of verzwijgen is bijna altijd de slechtste optie. Je helpt je kind juist door hem te leren omgaan met verdriet. 

De konijntjes die opa en oma voor hun kleinkinderen kochten, waren eigenlijk iets te jong uit het nest gehaald. Schuchter zaten ze in hun hokje en als mijn dochters van 4 en 6 ze eruit tilden om ze te aaien, hielden we ons hart vast; als ze maar niet doodgeknuffeld werden. Al snel trof mijn vader ze inderdaad koud en verstijfd aan in hun kooi. Maar opa en oma konden het niet over hun hart verkrijgen om dat te vertellen. Ze wilden hun kleinkinderen beschermen en grepen terug op een smoes: de konijntjes waren zogenaamd teruggegaan naar hun moeder. Mijn dochters geloofden het verhaal en treurden niet. Vrolijk huppelden ze weer verder door hun onbezorgde leven. 

Een leugentje om bestwil?
Begrijpelijk, maar niet altijd het beste wat je kunt doen. Ook niet in dit geval, vindt kinderpsycholoog en opvoedcoach Tischa Neve. ‘Een huisdier dat overlijdt is een mooie kleine les voor kinderen om te leren omgaan met tegenslag en verdriet’, legt ze uit. ‘Het is niet leuk, maar uiteindelijk help je je kind ermee’. Nou is een overleden huisdier lang niet het ergste wat een kind kan overkomen. Wat dacht je van een ouder die ernstig ziek wordt, depressief is of aan de drugs is? Of een aanstaande echtscheiding, een vader in de gevangenis of seksueel misbruik in de omgeving? Ga er maar aan staan als ouder: je wilt je kind beschermen maar je wilt hem ook niet buitensluiten. Wat deel je wel met hem en wat niet? Welke informatie kan een kind bevatten en hoe zorg je dat je hem niet onnodig belast?

Niet buitensluiten
Psychologen zijn het erover eens: in de meeste gevallen is liegen of verzwijgen de slechtste optie. Het is veel beter om een onderwerp bespreekbaar te maken. Zeker als je al concrete informatie hebt die voor het kind relevant is, omdat het de gevolgen ervan zal gaan merken. Bijvoorbeeld als moeder borstkanker heeft en vaak naar het ziekenhuis zal moeten gaan, misschien haar haren verliest, veel in bed ligt. ‘Ik zie regelmatig dat ouders er zó tegenop zien om het gesprek aan te gaan, dat ze het maar blijven uitstellen’, weet Tischa Neve. ‘Ze steken hun kop in het zand.’ En dat is om meerdere redenen niet handig. Bijvoorbeeld omdat een kind er uiteindelijk toch wel achterkomt. De klap is nog harder als blijkt dat zijn ouders allang op de hoogte waren – of erger nog: de hele buurt! ‘Als een kind achteraf hoort dat papa en mama al twee jaar bezig waren met scheiden, dan voelt het zich niet serieus genomen.’ Daar komt nog bij dat het vreselijk is als een kind belangrijke informatie niet rechtstreeks van zijn ouders krijgt, maar via roddels of zelfs uit de media, bijvoorbeeld als het gaat om criminaliteit.

Waarheid is prettiger
Hoewel goedbedoeld, levert het verzwijgen van informatie ook lang niet altijd de beoogde bescherming op. Een kind merkt meestal tóch wel dat er iets aan de hand is. ‘Dat moet je echt niet onderschatten’, benadrukt Tischa Neve. En als een kind eenmaal iets vermoedt, dan maakt hij het vaak in zijn hoofd groter dan het is, haalt hij er van alles bij. ‘Zo’n piekerend kind durft zijn ouders daar niet mee lastig te vallen, omdat hij voelt dat het onderwerp onbespreekbaar is.’ De waarheid horen is voor een kind meestal prettiger. Het kan ook veel verklaren: waarom mama zoveel weg is bijvoorbeeld, als ze psychische problemen heeft.

‘Ouders zijn vaak heel bang voor de reactie van hun kind, maar in de praktijk blijkt dat reuze mee te vallen. Kinderen reageren vaak luchtig, ze kunnen goed relativeren. “Nu ga ik weer spelen” zeggen ze dan. Dat relativeren is zelfs leerzaam voor hun ouders! Voor kinderen is vooral de praktische kant van het nieuws van belang. Wat betekent het voor mij dat papa zijn baan kwijt is? Blijven we in hetzelfde huis wonen? Kan ik nog wel op voetbal blijven? Een kind kan ook actief meedenken. ‘Als we minder geld hebben, dan gaan we toch gewoon niet op vakantie?’

Nog een reden om open en eerlijk te zijn tegen je kind: goed voorbeeld doet goed volgen. ‘Een kind dat opgroeit in een open sfeer waarin alles bespreekbaar is, zal zelf ook sneller dingen delen. Dan durft je kind als puber hopelijk te vertellen dat hij voor het eerst een vriendinnetje heeft, of dat hij iets gedaan heeft wat niet mag.’ Want ook fouten mogen besproken worden. Als zijn broertje of zusje een winkeldiefstal heeft gepleegd en daarvoor gestraft is, dan kan je kind daar alleen maar van leren. ‘Deel zoiets met elkaar, praat erover, en sluit het daarna af. Het hoeft echt niet telkens terug te komen.’

Uitgeklede boodschap
Goed, we willen dus zoveel mogelijk delen met ons kind. Maar hoe? Wanneer vertel je bijvoorbeeld dat papa niet zijn echte vader is, of dat hij geadopteerd is? ‘Aan een baby kun je dat natuurlijk niet uitleggen, maar als je het je kind groep 7 nog moet gaan vertellen, dan maak je het nodeloos ingewikkeld’, antwoordt Tischa Neve. ‘Zoiets kun je spelenderwijs vertellen – er zijn bijvoorbeeld veel leuke boekjes geschreven over adoptie.’ Een kind hoeft ook niet meteen de hele waarheid te horen: houd het behapbaar, afgestemd op zijn leeftijd. Moeilijke details mogen best achterwege blijven. Dat is trouwens ook handig als je niet wilt dat buitenstaanders van alles te horen krijgen. ‘Vertel je kind dan alleen een uitgeklede boodschap die naar buiten mag, zodat je hem niet met een geheim opzadelt’, zegt Tischa. ‘Je mag natuurlijk wel vertellen dat iets niet aan de grote  klok hoeft.’

In het algemeen geldt dat je als ouder zelf wel aanvoelt wanneer je echt aan het liegen bent en wanneer het dus tijd is om meer te vertellen. ‘En probeer dan niet alsnog de waarheid te verzachten. Als je kind bijvoorbeeld ernstig ziek is, dan moet je dat vertellen én er eerlijk over zijn. Dus niet zeggen dat die behandeling wel mee zal vallen als je weet dat het veel pijn zal doen. Je kind moet op je kunnen vertrouwen.’

Als je echt iets vervelends moet aankondigen, een overlijden of een echtscheiding bijvoorbeeld, dan zul je dat goed willen voorbereiden. Welk verhaal breng je? Praat daarover met je partner of met anderen, schakel eventueel een deskundige in. Als het mogelijk is, vertel het nieuws dan samen en in een veilige en prettige omgeving voor het kind: thuis, misschien op zijn eigen kamer. Zorg dat er na afloop tijd vrij is waarin iets niet hoeft, zodat hij het nieuws rustig kan verwerken en vragen kan stellen. Wees niet bang dat je een huilbui zult krijgen als je iets ergs vertelt, dat geeft niet. 

‘Je moet je kind natuurlijk niet met jouw emoties overspoelen – daar moet je een andere uitlaatklep voor zoeken. Maar hij mag best weten dat jij het ook erg vindt. Als je maar laat merken dat je er vertrouwen in hebt dat je het aankunt. Zeg dat het vervelend en moeilijk zal zijn, en dat je daarom ook best mag huilen, maar dat je het samen gaat redden. Hoe heftig het ook is: we komen er wel.’

Bron: jmouders.nl 

 
12