Je kind heeft zijn kamer opgeruimd. Het ziet er geweldig opgeruimd uit, er liggen alleen nog wat legoblokjes en een opgerolde sok. Als ouder ben je dan vaak geneigd te focussen op wat er nog niet is gebeurd, in plaats van op wat er al wel is gebeurd:

“Geweldig! Maar ik zie nog wel wat legoblokken en daar ligt ook nog een sok.”

Grote kans dat je kind denkt ‘wat een zeur’ en vervolgens niets doet. 

In dezelfde lijn: 

“Je bent het brood en beleg vergeten op tafel te zetten”
“Nou ben je nog niet aangekleed”

Ook wij zijn geneigd om na dit soort opmerkingen niets meer te doen. Stel je hebt een feestje gehad en je hebt de hele keuken opgeruimd; je partner komt binnen en zegt: ‘Geweldig! Maar ik zie nog wel een paar theezakjes in de gootsteen en lege flessen daar in de hoek.’ Kleine kans dat je die acuut gaat opruimen, je gaat eerder linea recta naar de bank alwaar je neerploft. Dit geldt ook voor je kind, hoogstwaarschijnlijk gebeurt er niets met die legoblokjes en die sok.

In plaats van kritiek geven, kun je ook behulpzaam corrigeren. Gebruik hierbij het woordje met: beschrijf wat is gedaan en nog moet worden gedaan.

In plaats van: “Ik zie daar nog wat legoblokjes liggen en getver, daar ligt ook nog een vieze sok!”
zeg je: “de blokken zitten in de doos, het lego zit in de legobak, je hebt zelfs alle treinrails in de juiste mand gedaan! Met de legoblokjes in de legobak en de sok in de wasmand is deze kamer helemaal opgeruimd!”

In plaats van: “Je bent het brood en beleg vergeten op tafel te zetten.”
zeg je: “alle borden, het bestek en de bekers staan op tafel. Met het beleg en het brood erbij is de tafel gedekt en kunnen we gaan lunchen.”

In plaats van: “Nou ben je nog niet aangekleed”
zeg je: “je hebt al twee sokken aan! Met je broek en je trui aan ben je klaar om naar school te gaan!”

Bron:
How to talk to kids 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *